Alle vragen

    Moet ik voor elke gevaarlijke stof een risicobeoordeling maken?

    Ja. Volgens het Arbobesluit moet je voor elke gevaarlijke stof beoordelen hoe medewerkers eraan blootgesteld kunnen worden, ook als ze er zelf niet mee werken. De diepgang mag verschillen: vaak is een onderbouwde schatting genoeg, en een meting is alleen nodig als die schatting niet volstaat.

    Bron: Arbobesluit art. 4.2; Richtlijn 98/24/EG art. 4Laatst gecontroleerd op 31 oktober 2026

    Wat de wet zegt

    Artikel 4.2 van het Arbobesluit geldt zodra medewerkers aan gevaarlijke stoffen blootgesteld kunnen worden, ook als er niet direct mee wordt gewerkt. De werkgever stelt vast om welke stoffen het gaat, welke gevaren ze hebben, in welke situaties en op welke manier blootstelling kan optreden, en hoe hoog die blootstelling is. Dat bepaal je met een genormaliseerde meting of met een andere geschikte meet- of rekenmethode, en je vergelijkt de uitkomst met de grenswaarde, als die er voor de stof is. De beoordeling wordt regelmatig opnieuw bekeken, in ieder geval bij nieuw werk en bij veranderde omstandigheden. De Europese richtlijn chemische agentia (98/24/EG) legt in artikel 4 dezelfde plicht op aan elke werkgever in de EU.

    Wat dit in de praktijk betekent

    Elke stof beoordelen betekent niet elke stof even diep beoordelen. De gebruikelijke aanpak werkt in stappen. Eerst staat alles in het register. Dan volgt per product een korte screening op basis van het VIB en een paar feiten over het werk: hoeveel, hoe vaak, open of gesloten, met of zonder huidcontact. Voor een groot deel van de producten is dat genoeg. Een kleiner deel vraagt om een schatting van het risico voor inademing, huidcontact en brand en explosie. Alleen waar het risico hoog blijft of de blootstelling in de buurt van de grenswaarde kan komen, is een kwantitatieve beoordeling of een meting nodig. Leg per product vast wat de uitkomst is en welke maatregelen zijn genomen, en herzie de beoordeling bij een nieuw VIB of een andere werkwijze. De deskundige blijft beslissen; deze aanpak in stappen zorgt ervoor dat de meeste tijd naar de stoffen gaat die dat nodig hebben.

    Zo doet Chemspark het

    Chemspark haalt het gevaar uit het VIB; jij beantwoordt per product een paar vragen over het werk, en de screening geeft als uitkomst: veilig, kwalitatieve beoordeling nodig of diepgaande beoordeling nodig. De kwalitatieve beoordeling geeft per route een risiconiveau en de kwantitatieve beoordeling vergelijkt de berekende blootstelling met de grenswaarde uit het VIB. Een hoog risico blijft openstaan tot er een maatregel is vastgelegd. Lees meer over de risicobeoordeling in Chemspark.

    Veelgestelde vragen

    Moet ik de blootstelling meten?
    Niet standaard. De wet vraagt om de blootstelling vast te stellen met een meting of met een andere geschikte rekenmethode, dus een goed onderbouwde berekening of schatting is vaak genoeg. Meten wordt nodig als de schatting niet betrouwbaar genoeg is of de blootstelling dicht bij de grenswaarde kan liggen; NEN-EN 689 beschrijft hoe.
    Hoe vaak moet de beoordeling worden herzien?
    Regelmatig, en in ieder geval bij nieuw werk en als er iets verandert dat daar aanleiding toe geeft, zoals een nieuwe VIB-versie met een andere indeling of een andere werkwijze. Een vast ritme, bijvoorbeeld jaarlijks, maakt de herziening een routine in plaats van een reactie op een incident.
    Mag ik producten met hetzelfde gebruik samen beoordelen?
    Deels. Het werk hoeft maar één keer te worden beschreven als producten op dezelfde manier worden gebruikt, maar het gevaar en dus de uitkomst blijven per product verschillen.

    Meer lezen

    Zien hoe Chemspark dit voor je regelt?

    Upload een VIB en Chemspark zet register, risicobeoordeling, werkplekinstructiekaart en etiket voor je klaar.

    Maak een gratis account

    Binnen enkele minuten aan de slag.

    Alle vragen

    We gebruiken essentiële cookies en privacyvriendelijke, cookieloze statistieken. Geen advertenties, geen cross-site tracking. Meer info