Compliance

    CMR-registratie: welke producten tellen mee en wat leg je vast?

    6 min leestijd

    Een kit in een tube, een desinfectiemiddel op basis van ethanol. Producten die op veel werkplekken gewoon in de kast staan. Toch kan zo'n product onder de CMR-registratie vallen: de registratie die het Arbobesluit vraagt voor werk met kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. In een test met tien willekeurige VIB's kwamen we het tegen bij een gewone kit: het VIB noemt kankerverwekkende bestanddelen vanaf 0,1 %. Wie daar niet op let, heeft een registratie die niet compleet is, zonder het te weten.

    Wat de wet vraagt

    Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen) hebben in het Arbobesluit een eigen afdeling. De basis is Europees: de richtlijn 2004/37/EG over kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen. Werkt een medewerker met zo'n stof, of kan hij eraan worden blootgesteld, dan gelden extra plichten. Je vervangt de stof waar dat technisch kan, houdt de blootstelling zo laag mogelijk en legt vast wat je doet. Dat vastleggen is de registratie (artikel 4.13), met daarnaast een lijst van blootgestelde medewerkers (artikel 4.15).

    Let op het woord "kan". Ook wie in een gesloten systeem werkt, kan worden blootgesteld, bijvoorbeeld bij onderhoud of een storing. Een gesloten systeem haalt een product dus niet uit de registratie. Het is een maatregel die je erin vastlegt.

    Welke producten tellen mee?

    Een stof valt eronder als hij voldoet aan de criteria voor categorie 1A of 1B. Op het VIB herken je dat aan de H-zinnen:

    • kankerverwekkend: H350 of H350i
    • mutageen: H340
    • reprotoxisch: H360 en de varianten, zoals H360D of H360Fd

    Reprotoxische stoffen horen er sinds 22 mei 2024 bij. Toen voerde Nederland de Europese wijziging 2022/431 in.

    Het VIB is niet de enige bron. De overheid publiceert twee keer per jaar de SZW-lijst: stoffen die in ieder geval als kankerverwekkend, mutageen of reprotoxisch gelden. Daar staan ook stoffen op die de Gezondheidsraad zo heeft beoordeeld. Een product kan dus meetellen zonder dat er H350 op het VIB staat. Een voorbeeld dat veel mensen verrast is ethanol: het staat op de SZW-lijst en volgens het Arboportaal gelden de CMR-regels er ook voor.

    Vanaf welke concentratie?

    Een mengsel telt mee zodra een CMR-bestanddeel boven de grens uit de CLP-verordening zit:

    • 0,1 % voor kankerverwekkende en mutagene stoffen
    • 0,3 % voor reprotoxische stoffen

    Die grenzen zijn laag, en daar zit de verrassing. Een product hoeft niet bekend te staan als gevaarlijk om mee te tellen. Kijk daarom altijd naar rubriek 3 van het VIB: daar staan de bestanddelen met hun concentratie. Voor stoffen die alleen op de SZW-lijst staan, noemt de wet geen eigen grens. In de praktijk volg je dan dezelfde CLP-systematiek.

    Geeft het VIB een bereik dat over de grens heen loopt, of helemaal geen percentage? Reken het product dan mee. Bij twijfel is meetellen de veilige keuze.

    Wat leg je vast?

    De wet schrijft geen vorm voor; de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft wel een voorbeeldspreadsheet. Per CMR-stof hoort in de registratie:

    • waarom je de stof gebruikt en waarom vervangen technisch niet kan
    • hoeveel je per jaar gebruikt, maakt of opslaat
    • welk soort werk ermee wordt gedaan
    • hoeveel medewerkers worden of kunnen worden blootgesteld
    • welke maatregelen je hebt genomen
    • welke persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt
    • in welke gevallen de stof is vervangen

    Daarnaast houd je een lijst van blootgestelde medewerkers bij, met per persoon de blootstelling. Medewerkers hebben recht op een afschrift van hun eigen gegevens. In Nederland bewaar je die gegevens 40 jaar, ook voor reprotoxische stoffen. Europa vraagt voor reprotoxische stoffen vijf jaar; Nederland gaat hier verder.

    Verdacht CMR: een kleinere registratie

    Staat er H361 of H362 op het VIB, of staat een bestanddeel als reprotoxisch categorie 2 op de SZW-lijst? Dan is de stof verdacht, maar valt hij niet onder de volledige registratie. Wel vraagt het Arbobesluit (artikel 4.2a) een kleinere registratie in je RI&E: de hoeveelheid per jaar, het aantal medewerkers en hoe het werk wordt gedaan.

    Voor verdacht kankerverwekkende of mutagene stoffen (H351, H341) geldt geen extra registratieplicht. Het is wel verstandig ze als "verdacht" te markeren, zodat je ze in beeld houdt.

    Waar het in de praktijk misgaat

    Alleen op H-zinnen zoeken. Wie het register filtert op H350, mist de producten die via de SZW-lijst meetellen, zoals producten met ethanol.

    Een gesloten systeem als uitzondering zien. Zolang medewerkers kunnen worden blootgesteld, telt het product mee. Het gesloten systeem hoort in de registratie, als maatregel.

    De registratie weggooien met het product. De gegevens over blootgestelde medewerkers bewaar je 40 jaar, ook als het product al lang niet meer wordt gebruikt. Houd daarom ook de registratie van producten die zijn gestopt.

    Eenmalig invullen. Hoeveelheden, aantallen en werkwijzen veranderen, en de SZW-lijst wordt twee keer per jaar bijgewerkt. Kijk de registratie periodiek na, bijvoorbeeld eens per jaar.

    Zo pak je het aan

    1. Breng in kaart welke producten meetellen. Op H-zinnen én op de SZW-lijst, met de concentraties uit rubriek 3.

    2. Leg per product de registratie vast. Hoeveelheid, soort werk, aantal medewerkers, maatregelen, PBM en waarom vervangen niet kan.

    3. Houd de lijst met namen in je eigen administratie. Met per medewerker de blootstelling, 40 jaar bewaard.

    4. Deel het overzicht. Met de bedrijfsarts en de OR, die het voor hun eigen taken nodig hebben.

    5. Houd het bij. Bij een nieuw product, een nieuwe VIB-versie, een andere werkwijze en elke nieuwe SZW-lijst.

    Hoe Chemspark helpt

    Chemspark ondersteunt de CMR-registratie vanuit je stoffenregister. Het herkent de producten die meetellen aan de H-zinnen én aan bestanddelen op de SZW-lijst, met de concentratiegrenzen hierboven. Een onbekend percentage of een bereik over de grens telt mee. Op de pagina Wetgeving zie je per product waarom het meetelt. Onder de screening beantwoord je per product een paar korte vragen: de hoeveelheid per jaar, het aantal medewerkers en hun functie, en waarom vervangen niet kan. Het soort werk, de maatregelen en de PBM haalt Chemspark uit je risicobeoordeling, dus die vul je niet twee keer in. De werklijst laat zien waar nog iets ontbreekt, en het snelle rapport CMR-register zet alles op een rij, bijvoorbeeld voor de bedrijfsarts of de OR. Stopt een product, dan blijft de registratie bewaard als "niet meer in gebruik". Namen van medewerkers slaat Chemspark bewust niet op: die lijst houd je bij in je eigen personeelsadministratie.

    Related Articles

    Gerelateerde bronnen

    We gebruiken essentiële cookies en privacyvriendelijke, cookieloze statistieken. Geen advertenties, geen cross-site tracking. Meer info